Skip to main content

Cannflavines: de flavonoïden van cannabis

Cannflavin A en B zijn ontstekingsremmende flavonoïden uniek aan cannabis. Ze remmen COX, mPGES-1 en 5-LOX — tot 30× sterker dan aspirine in vitro.

Door Redactie THC-olie Wiki· Medisch getoetst door Medisch reviewer (te benoemen)· Laatst herzien 1 juli 2026· 4 min lezen
CLaag bewijsOnze zekerheid is beperkt; verder onderzoek verandert de conclusie waarschijnlijk.

Kernclaims & bewijs

  • Cannflavin A en B remmen in vitro de aanmaak van prostaglandine E2 (PGE2) tot 30× sterker dan aspirine; dit is uitsluitend celkweek-bewijs, geen klinische trial.

    CLaag bewijs
  • Cannflavines remmen mPGES-1 en 5-LOX; daarmee blokkeren ze twee inflammatoire cascades tegelijk zonder de volledige COX-remming die NSAID-bijwerkingen veroorzaakt.

    CLaag bewijs
  • Er bestaat geen enkele klinische trial met cannflavines als geïsoleerde stof bij mensen; alle therapeutische claims berusten op preklinisch onderzoek.

    Onvoldoende / geen bewijs

Cannflavines zijn prenylated flavonoïden die vrijwel uitsluitend in Cannabis sativa L. voorkomen. Ze remmen twee sleutel-enzymen van de ontstekingscascade — mPGES-1 en 5-LOX — en doen dat in celkweek tot dertig keer effectiever dan aspirine. Klinische studies bestaan echter niet; het volledige bewijslichaam is preklinisch.

Wat zijn flavonoïden in cannabis?

Cannabis bevat meer dan 30 geïdentificeerde flavonoïden, waaronder wijd verspreide verbindingen als apigenine, luteoline en vitexine. Cannflavines vormen een kleine, planteigen subgroep: prenylated flavonen die in geen andere plant in dezelfde configuratie zijn aangetroffen.

Er zijn drie cannflavines geïdentificeerd:

VerbindingZijketenPositieOntdekt
Cannflavin AGeranyl (C10)C-6 A-ring1985/1986
Cannflavin BDimethylallyl (C5)C-6 A-ring1985/1986
Cannflavin CGeranyl (C10)C-8 A-ring2013

Barrett, Scutt en Evans beschreven in 1986 de structuur van cannflavin A en B in Experientia; dit was de eerste publicatie die de naam "cannflavin" gebruikte en hun ontstekingsremmende werking documenteerde.

Werkingsmechanisme: COX, mPGES-1 en 5-LOX

Prostaglandinen en leukotriënen zijn centrale mediatoren van acute en chronische ontsteking. Hun aanmaak verloopt via twee enzymatische routes:

  1. Cyclooxygenase-route (COX-1/COX-2 → mPGES-1): produceert prostaglandine E2 (PGE2), dat pijn, koorts en zwelling bevordert.
  2. 5-Lipoxygenase-route (5-LOX): produceert leukotriënen (o.a. LTB4), betrokken bij immuunactivatie en astma.

Klassieke NSAID's zoals aspirine, ibuprofen en naproxen blokkeren COX breed. Dat verklaart zowel hun effect als hun bijwerkingen (maagschade, bloedingsneiging). Cannflavin A remt COX slechts zwak; de primaire aangrijpingspunten zijn mPGES-1 (de stap ná COX-2) en 5-LOX tegelijk.

Werz et al. (2014) toonden in celkweek aan dat cannflavines uit hennepkiemen mPGES-1 en 5-LOX rechtstreeks remmen, zonder de volledige COX-blokkade die tot maagschade leidt.

ℹ️ Goed om te weten

Cannflavin A remt PGE2-aanmaak in humane reumacellen tot 30× sterker dan aspirine per molaire concentratie. Dit is een in-vitrobevinding — er zijn geen klinische trials bij mensen.

Ontdekking en biosynthese

De eerste aanwijzing dat cannabinoïd-vrije cannabis-extracten de prostaglandinesynthese beïnvloeden dateert uit 1981. De structuuropheldering door Barrett en collega's volgde in 1985–1986. Bijna vier decennia later — in 2019 — werd de volledige biosyntheseroute in de plant gekarakteriseerd, wat opende voor biotechnologische productie.

De weg van precursor naar eindproduct verloopt via methylering van luteoline, gevolgd door prenylering door specifieke enzymcomplexen in Cannabis sativa. Kennis van die route maakt het mogelijk cannflavines via gistfermentatie of plantenbiotechnologie te produceren in hogere concentraties dan via directe extractie bereikbaar is.

Concentraties in de plant en extractie-uitdaging

Cannflavines maken minder dan 0,1% van het drooggewicht van het cannabisblad uit. Dat maakt grootschalige extractie economisch onhaalbaar met gangbare methoden. Werz et al. (2014) gebruikten hennepkiemen als bron, waarbij de concentratie iets hoger ligt dan in volwassen blad, maar nog altijd laag. Dit is de voornaamste reden dat klinisch onderzoek met geïsoleerde cannflavines achterblijft.

⚠️ Let op

Supplementen of extracten die "cannflavin A" claimen bevatten in de praktijk nauwelijks meetbare hoeveelheden. Er is geen enkel gestandaardiseerd product op de markt met gedocumenteerde therapeutische concentraties.

Overige preklinische bevindingen

Naast de COX/LOX-remming is er preclinisch bewijs voor:

  • Neuroprotectie: Cannflavin A verminderde amyloïd-β-gedreven celtoxiciteit in PC12-cellen, met tot 40% verhoogde celviabiliteit bij concentraties onder 10 μM.
  • TrkB-signaleringsinterferentie: In vitro-data (2022) suggereren dat cannflavin A en B het neurotrophe TrkB-signaleringspad beïnvloeden, relevant voor neuroproliferatie.
  • Antimicrobieel: Beperkt in-vitrobewijs voor remmende werking op bacteriële groei.
  • Antikanker: Biochemische mechanismen zijn in celmodellen beschreven; bewijs is hypothesegenerend en mag niet als therapeutische claim worden geïnterpreteerd.

Al deze bevindingen zijn celkweek- of diermodeldata. Vertaling naar klinische effectiviteit bij mensen is niet aangetoond.

Cannflavines vs. cannabinoïden: een aparte klasse

Cannflavines zijn geen cannabinoïden. Ze:

  • binden niet aan CB1- of CB2-receptoren
  • zijn niet psychoactief
  • zijn niet opiumwetplichtig (Opiumwet Lijst I/II betreft cannabinoïden, niet flavonoïden)
  • worden niet afgeremd door de 0,05%-THC-norm voor CBD-producten

Ze behoren structureel tot de polyfenolen — dezelfde superfamilie als quercetine en luteoline in groente en fruit. Wat cannflavines onderscheidt is hun prenylgroep en het feit dat ze nagenoeg exclusief in cannabis voorkomen.

Rol in het entourage-effect

Full-spectrum cannabisextracten bevatten naast THC en CBD ook terpenen, flavonoïden en andere mineure verbindingen. Cannflavines worden theoretisch als bijdrager aan het entourage-effect beschouwd — het idee dat plantcomponenten samen anders werken dan elk afzonderlijk. Empirisch bewijs voor een specifieke cannflavine-bijdrage aan het entourage-effect bij mensen ontbreekt.

Stand van het onderzoek (2026)

De scoping review van Erridge et al. (2020, Fitoterapia) en de review van Abdel-Kader et al. (2023, Cannabis and Cannabinoid Research) concluderen unisono dat:

  1. Alle therapeutische data preklinisch zijn.
  2. De lage plantopbrengst het voornaamste obstakel vormt voor klinische vertaling.
  3. Biotechnologische productie (gist, enzymatische synthese) de meest veelbelovende weg is voor klinisch onderzoek.
  4. Klinische trials ontbreken volledig.

Feit

De GRADE-beoordeling voor cannflavines is laag tot onvoldoende voor alle therapeutische toepassingen: het bewijs bestaat uitsluitend uit in-vitro- en dierstudies met grote onzekerheden over vertaling naar mensen.

Samenvatting

Cannflavines zijn wetenschappelijk interessante, planteigen flavonoïden van Cannabis sativa met een gedocumenteerd anti-inflammatoir mechanisme in celkweek. De potentie in vitro is indrukwekkend; klinische relevantie is onbekend bij gebrek aan humane studies. Ze zijn geen cannabinoïden, niet psychoactief en vallen niet onder de Opiumwet. Grootschalig therapeutisch gebruik wacht op biotechnologisch schaalbare productie en — daarna — klinische trials.

Veelgestelde vragen

Zijn cannflavines hetzelfde als cannabinoïden?

Nee. Cannflavines zijn flavonoïden — een structureel en biochemisch aparte klasse polyfenolen. Ze binden niet aan CB1- of CB2-receptoren en zijn niet psychoactief.

Zit cannflavin A in cbd-olie of medicinale cannabis?

In sporen, maar de concentratie is extreem laag (< 0,1% van drooggewicht). Standaard-extracten zijn niet gestandaardiseerd op cannflavine-gehalte.

Is cannflavin A al als geneesmiddel beschikbaar?

Nee. Er zijn geen goedgekeurde geneesmiddelen met cannflavines. Het onderzoek bevindt zich in de preklinische fase.

Wat is het verschil tussen cannflavin A en B?

Cannflavin A draagt een geranyl-zijketen (C10) op positie 6 van de flavon-A-ring; cannflavin B draagt een kortere dimethylallyl-groep (C5) op dezelfde positie. Beide zijn prenylated flavonen met vergelijkbare farmacologie.

Bronnen

  1. Barrett ML, Scutt AM, Evans FJ (1986). Cannflavin A and B, prenylated flavones from Cannabis sativa L.. Experientia. doi:10.1007/BF02118655 bron
  2. Werz O, Seegers J, Schaible AM, Weinigel C, Barz D, Koeberle A, Allegrone G, Pollastro F, Zampieri L, Grassi G, Appendino G (2014). Cannflavins from hemp sprouts, a novel cannabinoid-free hemp food product, target microsomal prostaglandin E2 synthase-1 and 5-lipoxygenase. PharmaNutrition. doi:10.1016/j.phanu.2013.10.002 bron
  3. Erridge S, Mangal N, Salazar O, Pacchetti B, Sodergren MH (2020). Cannflavins – From plant to patient: A scoping review. Fitoterapia. doi:10.1016/j.fitote.2020.104712 bron
  4. Bautista JL, Yu S, Tian L (2021). Flavonoids in Cannabis sativa: Biosynthesis, Bioactivities, and Biotechnology. ACS Omega. doi:10.1021/acsomega.1c00318 bron
  5. Abdel-Kader MS, Radwan MM, Metwaly AM, Eissa IH, Hazekamp A, ElSohly MA (2023). Chemistry and Biological Activities of Cannflavins of the Cannabis Plant. Cannabis and Cannabinoid Research. doi:10.1089/can.2023.0128 bron

Lees ook